scieee AI-readable full text Open interactive document viewer

SpongeScapes Comic - Lange-termijn effecten van: rivierherstel

Edwards, Imogen; Bézier, Élisa; Combette, Jean; Dechelette, Chloé

Abstract

Deze strip maakt deel uit van het Horizon Europe-project SpongeScapes. Het belicht het promotieonderzoek van Imogen Edwards naar langetermijneffecten van rivierherstel aan de rivieren de Cole en de Lymington in het VK. De strip legt op toegankelijke wijze uit hoe ecologische en hydrologische data worden verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd om te begrijpen hoe effectief rivierherstelmaatregelen zijn, en hoe riviersystemen reageren op menselijke ingrepen en klimaatverandering.

Full text

met Imogen edwards Rivieren zijn van levensbelang, maar menselijk ingrijpen heeft hun natuurlijke stroming verstoord, ecosystemen beschadigd en overstromingsrisico’s vergroot. Herstelmaatregelen proberen deze schade terug te draaien en rivieren weer veerkrachtig te maken. Immy’s promotieonderzoek richt zich op hoe herstelde rivieren zich op de lange termijn ontwikkelen. Ze bestudeert de Cole en de Lymington rivieren in het Verenigd Koninkrijk, waar ze langjarige ecologische en hydrologische gegevens gebruikt om te beoordelen hoe effectief rivierherstel is — en hoe we rivieren beter kunnen beschermen in een veranderend klimaat. Credits : SpongeScapes heeft financiering ontvangen van het Horizon Europe onderzoeksen innovatieprogramma van de Europese Unie onder Grant Agreement nr. 101112738 en van UK Research and Innovation/HM Government. De hier weergegeven meningen en standpunten zijn uitsluitend die van de auteur(s) en vertegenwoordigen niet noodzakelijk die van de Europese Unie of UK Research and Innovation/HM Government. © 2025 – International Office for Water voor het SpongeScapes-project. Script, tekeningen en inkleuring: Élisa Bézier en Jean Combette (OiEau) Promotieonderzoek van Imogen Edwards, onder begeleiding van: Prof. Dr. David Sear (University of Southampton), Prof. Dr. Peter Shaw (University of Southampton), Dr. Alejandro Dussaillant (UKCEH) Eindredactie: Imogen Edwards, Dr. Alejandro Dussaillant, Dr. David Sear Script : Chloé Déchelette (OiEau) effecten van : Lange-termijn De Lymington werd in de 19e eeuw rechtgetrokken en omgeven door bosbouw. Dat droogde het landschap uit, verstoorde de seizoensgebonden overstromingen en beschadigde de bossen. De Cole werd al bijna 900 jaar aangepast door mensen, vooral voor watermolens en landbouw. Rivieren zijn van groot belang, maar menselijk gebruik en ingrepen hebben hun natuurlijke stroming verstoord. Dat tast ecosystemen aan en kan overstromingen verergeren. Deze rivieren zijn door de eeuwen heen sterk veranderd. Ten westen van Oxford, in het stroomgebied van de Theems. Cole river Dichtbij Southampton, in het New Forest National Park, in het zuidoosten van Engeland. Lymington river Hoewel elk herstelproject op de lokale situatie werd afgestemd, hadden ze dezelfde doelen: het vergroten van waterbergend vermogen, meer variatie in leefgebieden, en een aantrekkelijker, natuurlijker riviersysteem. Vanaf de jaren 1990 zijn beide rivieren hersteld. Mijn onderzoek bekijkt hoe goed dat gelukt is. Maar hoe bestudeer je dat? Met aandacht voor ecologie én waterdynamiek! Eén van de dingen die ik meet, is ruwheid: hoeveel weerstand de rivierbodem, oevers, planten of obstakels geven aan het stromende water. Een rechte, gladde rivier stroomt snel. Voeg stenen toe — en de stroming wordt trager. Ligt de bedding vol met takken, planten en hout? Dan wordt het water nog sterker afgeremd. Tijd speelt daarbij een grote rol. Wij merken het dagelijks niet, maar langzaam stromend water slijt rotsen en hout. Wat nu weerstand geeft, kan over tientallen of honderden jaren verdwijnen — en dat verandert de stroming opnieuw. Bij de Lymington richt ik me op hydrologie en waterstroming. Wat is het verschil? Voor deze rivier hebben we meer dan 40 jaar aan meetgegevens - zeldzaam én waardevol. Dat helpt ons te bepalen of het herstel de natuurlijke waterstroming echt heeft veranderd. Waterstroming gaat over de natuurkundige kant van stromend water op een bepaalde plek — bijvoorbeeld in beken, sloten, kanalen of door de bodem. Het onderzoekt stroomsnelheden, waterstanden en weerstand, gekoppeld aan stromingsleer. 0,34 m/s Hydrologie gaat over de natuurlijke waterkringloop, en hoe water zich verplaatst tussen oceanen, land, bodem en atmosfeer — via regen, afstroming, infiltratie, verdamping, enzovoort. Now, follow me at the New Forest! Here, fieldwork focuses on hydrological aspects of river restoration. I map and analyze key hydraulic features to evaluate changes in riverbed roughness over time. Desk work will also involve synthesizing findings from the long-term monitoring studies, reviewing existing literature on restoration impacts, and compiling the results into a coherent analysis of the restoration's effectiveness. And now, Desk work ! I organize and analyze the macroinvertebrate data collected during fieldwork. But this is not the only case study I work on… I spend a lot of time in the lab sorting the samples to identify the macroinvertebrate species, I quantify their abundance and diversity at each site. Then, I compare species richness, abundance, and community composition as well as velocities, and sediment samples between the restored and unrestored sites. Voor de Cole richt ik me op ecologie en biologie. Ecologie is een deelgebied van de biologie — een heel breed vakgebied. Een voorbeeld: pissebedden drogen snel uit. Vind je ze in de bodem, dan is die bodem waarschijnlijk vochtig, koel en rijk aan organisch materiaal. Mijn werk bestaat uit: Veldwerk — monsters nemen in de rivier (altijd een fijne dag buiten!) Labwerk — bepalen hoeveel soorten er zijn, en hoeveel individuen per soort. Stel: ik vind in één monster 5 verschillende soorten haften (eendagsvliegen). Dat is de soortenrijkdom. Met dit soort gegevens kan ik beoordelen hoe gezond het ecosysteem van de Cole is, en welke invloed het rivierherstel heeft gehad. Wat betekent dat precies? Laten we een voorbeeld nemen met eendagsvliegen! En als er 20 individuen zijn, waarvan 10 haften, dan vormen haften 50% van het totaal. Dat heet de relatieve abundantie. Ik bestudeer macrofauna - kleine ongewervelde waterdieren die je met het blote oog kunt zien (zoals insectenlarven). Waarom juist zij? Omdat ze in vrijwel elke beek voorkomen, makkelijk te bemonsteren zijn en veel informatie geven over de gezondheid van een ecosysteem. Ik gebruik bio-indicatoren: planten of dieren die iets vertellen over de toestand van hun leefomgeving. Herstel is pas succesvol als zowel de ecologie als de hydrologie verbeteren. We hebben dus zowel biologische als fysische gegevens nodig om de gezondheid van een rivier te beoordelen. Hydrologie/Waterstroming Ecologie Maar dan de grote vraag: hoe meet je herstel? Het gaat dus niet alleen om soorten tellen, maar om begrijpen wat die soorten ons vertellen, en welke organismen een goede ecologische toestand aantonen. Vergelijk je met de situatie vóór het herstel? Of met een gezonde referentierivier? Of met de verwachte toekomst onder klimaatverandering? Het antwoord is niet eenvoudig. De natuur zit vol verrassingen. Zo vond ik in sommige niet-herstelgebieden juist méér macrofauna dan in de herstelde stukken. Waarom? De herstelde zones waren dichtbegroeid en donker, terwijl in de niet-herstelde delen ook begraasde oevers zijn die voor een afwisseling van licht en schaduw zorgden — daar vind je andere soorten dan in de donkere stukken! En dat is precies waarom ik dit onderzoek zo boeiend vind: het benadrukt hoe belangrijk lange-termijn monitoring en goede documentatie zijn, zodat toekomstige onderzoekers verder kunnen bouwen op ons werk. Rivierherstel loopt niet altijd zoals gepland. We willen schade door overstromingen en droogte verminderen, de waterkwaliteit verbeteren en leefgebieden herstellen, maar de natuur reageert soms anders dan we verwachten. Dat is een nederige les. Toch is dat geen reden om te stoppen. Integendeel, het laat zien waarom we rivieren langdurig moeten blijven volgen om ze écht te begrijpen.